19 mei 2018

Wie plukt er vandaag de kleine Mo van straat?

Mohamed Ridouani en Ingrid Pira: ‘Als politicus moet je niet aan de volgende verkiezingen denken, maar aan de volgende generatie.’ 

 

TOEN INGRID MOHAMED ONTMOETTE (De Standaard, 19 mei 2018)

‘Wie plukt er vandaag de kleine Mo van straat?’

‘Zonder Ingrid zat ik hier niet.’ Meer dan 33 jaar nadat huidig Groen-parlementslid Ingrid Pira de kleine Mohamed Ridouani, nu SP.A-schepen in Leuven, heeft opgevangen om hem te leren lezen en schrijven, ontmoeten ze elkaar opnieuw. ‘We staan op een kruispunt: ofwel wordt de segregatie algemeen, ofwel doen we toch een poging om gemeen­schappelijke grond te vinden.’

LEUVEN‘Thuis spraken we Berbers, toen ik op 2,5-jarige leeftijd naar de kleuterschool ging, sprak ik amper een woord Nederlands. Maar De Straatmus, een project dat Ingrid Pira (veel later burgemeester van Mortsel, red.) leidde in de Jozef II-straat, leerde me lezen en schrijven.’

Mohamed Ridouani kende tot voor kort zelf niet het hele verhaal zoals hij het heeft neergeschreven in zijn boek Verbinden boven verdelen. En nu, dankzij het geheugen van voormalig schepen Jaak Brepoels, die zich Pira nog herinnerde, kruisen hun levens zich opnieuw. Ridouani is al lang niet meer de ‘kleine Mo’, maar SP.A-schepen in Leuven en kandidaat-burgemeester. Ingrid Pira is weggetrokken uit de stad, was twaalf jaar burgemeester van Mortsel en is vandaag Vlaams Parlementslid voor Groen. Voor een reünie, na meer dan 33 jaar, zakt ze graag af naar de stad van de Straatmus.

‘Ik herinner me nog de kleine Mo, ja’, zegt ze. ‘Ik was toen pas afgestudeerd. Jullie woonden een paar huizen verder, in een kan­sarme, wat verloederde wijk met veel leegstand en armoede. Ook de eerste generatie migranten was daar terechtgekomen. Ik voelde toen voor het eerst de spanning, de concurrentie tussen kansarme mensen en migranten.’

‘Je kunt terecht van mensen vragen dat ze zich inzetten en kansen grijpen, maar de context is o zo belangrijk’

MOHAMED RIDOUANI

 

‘De mensen van het buurthuis openden voor mij een nieuwe wereld’, antwoordt Ridouani. ‘Mijn vader werkte lange dagen in de bouw. We woonden met drie gezinnen in een arbeidershuisje. Pas in de Straatmus kreeg ik voldoende Nederlands te horen. Ik ben er zeker van dat ik zonder die werking hier niet zou zitten.’

Je moet wat geluk hebben in het leven.

Mohamed Ridouani: ‘Je kunt terecht van mensen vragen dat ze zich inzetten en kansen grijpen, maar de context is o zo belangrijk. Dat belang wordt vandaag onderschat. Met hetzelfde gezin in een andere stad was ik iemand anders geworden. Zonder de buurtwerking ook. Mijn ouders zouden me echt niet naar de andere kant van de stad hebben gestuurd om bijles te krijgen. Het heeft me geïnspireerd om het Buddy-project in Leuven op te zetten, waarmee nu al achthonderd studenten zich inzetten voor de naschoolse begeleiding van kinderen in kwetsbare gezinnen.’

Ingrid Pira: ‘Toen ik dit verhaal vertelde aan Meyrem Almaci (Groen-voorzitster en van Turkse afkomst, red.) herkende die het onmiddellijk. De trede die je wordt aangereikt en waarop je kunt gaan staan, maakt een wereld van verschil. Dat is een geruststellende gedachte, maar tegelijk ook niet. Als ik in het Antwerpse zie hoe het opbouw- en buurtwerk onder druk staat ... Wie zal er vandaag die kleine Mo van straat plukken?’

De tijdgeest zegt dat je mensen niet te veel mag pamperen en ze voor hun verantwoordelijkheid moet plaatsen.

‘Dat burgers zich roeren, is hoopgevend. Het kan niet blijven duren dat grote groepen in het defensief worden gedrukt’

INGRID PIRA

Pira: ‘Ik stoor me geweldig aan dat woord. Dit heeft niets te maken met pamperen. Wij gingen op een complexloze, laagdrempelige manier om met mensen die het moeilijk hadden. In de hulpverlening is er een tendens om van vrijblijvend naar aanklampend te gaan. Wel, ik vind zo’n wijkwerking erg aanklampend. Wij stonden niet te wachten tot we een vraag kregen. Wij gingen op de mensen af en lieten niet af.’

 

Ridouani: ‘We moeten weer durven geloven in de maakbaarheid van de samenleving. Helaas hebben we die geruild voor de maakbaarheid van het individu. De slinger is helemaal doorgeslagen. Falen en succes zijn een persoonlijke affaire geworden. Als je slaagt in het leven, is dat ongetwijfeld omdat je briljant bent. Als je niet slaagt, is het je eigen schuld. Daarbij zien we te gemakkelijk over het hoofd dat het niet voor iedereen even gemakkelijk is.’

Pira: ‘Ik heb de indruk dat we vroeger meer kansen kregen om te experimenteren. En daaruit zijn mooie dingen ontstaan. We hebben ook gewerkt aan een vzw tegen leegstand en een dagcentrum voor schoolgaande jongeren, De Trommel, dat nog altijd bestaat.’

Ridouani: ‘Mirakeloplossingen zijn dat niet, wel puzzelstukjes die een geheel kunnen vormen. Ik wil de persoonlijke verantwoordelijkheid niet wegmoffelen, maar als je die puzzelstukjes niet hebt, kunnen dingen soms verkeerd lopen.’

Nu wil men ouders aansporen om hun kinderen naar de kleuterschool te sturen door ermee te dreigen hun leefloon of kindergeld af te nemen.

Pira (diepe zucht): ‘Weer zo’n maatregel tegen de allerzwaksten. Ik begrijp dat niet. Je zou zwakke mensen juist moeten empoweren in plaats van ze nog zwakker te maken.’

Ridouani: ‘De vraag die je moet stellen, is: waarom dat stigma, waarom wil je hele bevolkingsgroepen in het verdomhoekje duwen? Ook over mij worden de gekste dingen verteld.’

Dat je je vrouw slaat en dat ze een hoofddoek moet dragen.

Ridouani: ‘En nochtans ben ik getrouwd met een onafhankelijke vrouw met de meest Vlaamse naam die je je kunt indenken – Geertrui. Ik heb er weinig aan te zeggen, maar toch circuleert het verhaal dat ze zich helemaal moet bedekken. Wij lachen er dan eens goed mee. En als we te weten komen in welke kapperszaak dat verhaal wordt verteld, is dat de volgende kapper bij wie mijn vrouw haar haren laat doen.’

Kun je mensen kwalijk nemen dat ze wantrouwig worden na al die aanslagen?

Ridouani: ‘Die aanslagen zijn een drama voor het vertrouwen tussen bevolkingsgroepen. In de jaren negentig had je tenminste nog een poging om de migrantengemeenschap te integreren, maar sinds 2001 zijn we stappen achteruit beginnen te zetten, en sinds IS zijn we haast hysterisch geworden.’

‘Het kan anders. Vanuit Leuven is er geen enkele jongere naar Syrië getrokken. Oké, Leuven heeft niet de bevolkingssamenstelling van Mechelen of Vilvoorde, maar we hebben hier toch ook veel jongeren met een migratieachtergrond. Er is ook zoiets als erbij mogen horen, deel uitmaken van een geheel. Je moet erop letten dat iedereen zijn waarde houdt, het gevoel heeft dat hij iets te betekenen heeft.’

Pira: ‘Stilaan groeit het inzicht dat we de problemen groter maken in plaats van ze op te lossen. Ook het cynisme en de hardheid in de politiek zullen niet blijven duren. Van onderuit komt er een tegenbeweging. Lokale besturen winnen aan belang, en daar wordt er meer over de partijgrenzen heen gewerkt. Burgers beginnen zich te roeren, ik vind dat hoopgevend. Het kan niet blijven duren dat grote groepen in het defensief worden gedrukt.’

Wat doe je dan met een trouwend koppel dat weigert een hand te geven, zoals onlangs in Mechelen?

Pira: ‘Ik kom uit een generatie die gevochten heeft tegen het belang van religie in de samenleving. En nu zitten we met een bevolkingsgroep die dat opnieuw een belangrijke plaats geeft. Ik heb ook een omslag moeten maken, hoor. Maar als dat het verbindende element is, een element van spiritualiteit en zingeving, wie ben ik dan om hen tegen te houden?’

‘Trouwens, als je iemand huwt, doe dan toch je huiswerk. Dan weet je wie je voor je krijgt. En als die mensen niet de gewoonte hebben om een hand te geven, laat hun respect op een andere manier betuigen, so what? Wat voor recht heb jij als schepen om de mooiste dag uit hun leven te verknoeien?’

Ridouani: ‘Ik ben er wel voorstander van om religies uit hun cocon te halen. De Indiase gemeenschap viert haar feest bij de intrede van de lente, het Holi-feest, op het Ladeuzeplein en alle Leuvenaars worden uitgenodigd om mee te vieren. De Chinezen paraderen op hun Nieuwjaar met een draak over de Bondgenotenlaan. Kerstmis, het Suikerfeest of het feest van de vrijzinnigen behandelen we net zo. Je kunt maar wederzijds respect creëren door uitwisseling.’

Pira: ‘Er moet natuurlijk ook respect zijn voor onze wetten. Ik heb ooit een homokoppel getrouwd, terwijl het volgende koppel, mensen van allochtone afkomst, al in de gang stonden te wachten. Een groepje pubers maakte opmerkingen. Ik ben met die mensen in gesprek gegaan om hen duidelijk te maken dat ze dit moeten aanvaarden.’

Komt het nog goed?

Ridouani: ‘We staan nu op een kruispunt. Ofwel wordt de segregatie algemeen, ofwel doen we toch een poging om gemeenschappelijke grond te vinden. Voor mij is het duidelijk, ik kies voor het tweede.’

Pira: ‘Je moet als politicus de moed hebben om je nek uit te steken. Je moet niet aan de volgende verkiezingen denken, maar aan de volgende generatie. Ook vind ik het verkeerd dat politici het steeds hebben over een draagvlak “zoeken”. Ze moeten juist vooroplopen en zelf een draagvlak creëren.’

Ridouani: ‘Het is aan ons om de mensen duidelijk te maken dat er wel degelijk nog vooruitgang mogelijk is. De winnaar is de verliezer die niet opgeeft. Ik kwam onlangs in een gekleurd schooltje hier in Leuven waar de Nepalese, Koerdische, Syrische kindjes naar mij opkeken: wow, ben jij echt van Marokkaanse afkomst? En jij bent kandidaat-burgemeester? Die vonden dat ongelooflijk. En inderdaad, misschien is het ongelooflijk dat iemand met de voornaam Mohamed schepen kan zijn in Vlaanderen, zelfs kandidaat-burgemeester. Maar het kan wel.’

Pira: ‘Het is toch merkwaardig hoe die eenvoudige ontmoetingen het leven van een mens kunnen veranderen. Wij dachten daar indertijd niet zo hard over na, wij streden toen voor een binnentuin, die toen privé was, zodat iedereen van wat groen kon genieten. De kinderwerking was een van de activiteiten.’

Ridouani: ‘En het is uiteindelijk gelukt hoor, de tuin Dewalque bestaat nu. Het is trouwens een van de mooiste plekken van Leuven, een binnengebiedje waar studenten gaan blokken.’

Pira: ‘Ongelooflijk. (met een knipoog) Dan is het toch niet voor niets geweest.’